Tweemachtige en viermachtige planten

De termen tweemachtig en viermachtig die voor bepaalde plantensoorten gebruikt worden roept ongetwijfeld vragen op bij de beschouwer van onze inheemse wilde plantensoorten.

Toch is het nuttig om deze twee begrippen eens nader te bekijken. De beide begrippen zeggen iets over de bouw van de mannelijke geslachtsorganen in bloemen, de meeldraden. Als je naar een bloem kijkt, bijvoorbeeld in een Tulp, dan zie je in zo'n regelmatige bloem met zijn zes gekleurde bloemdekbladen om de stamper zes meeldraden met helmknoppen staan die alle zes even groot zijn. Dat komt bij heel veel plantensoorten voor. Maar er zijn ook plantensoorten waarbij de meeldraden ongelijk van grootte zijn.

Er zijn dan meeldraden met langere helmdraden en meeldraden met kortere helmdraden. Zo tref je in de ogenschijnlijk regelmatige viertallige bloemen van de plantensoorten uit de Kruisbloemenfamilie naast de vier kelkbladen en vier kroonbladen meestal zes meeldraden aan. Daarvan hebben er vier een langere helmdraad dan de twee andere meeldraden die kortere helmdraden hebben. Deze bloemen noemen we viermachtige bloemen.

Wanneer we naar de tweezijdig symmetrische bloemen kijken van de plantensoorten uit de Lipbloemenfamilie dan zie je dat onder de bovenlip van de bloemen de meeldraden gebogen naar voren staan. Het zijn vier meeldraden waarvan er twee langer zijn dan de beide andere meeldraden. Bij dit soort bloemen, met twee lange en twee kortere meeldraden spreken we van een tweemachtige bloem.

De begrippen tweemachtig en viermachtig zeggen derhalve iets over de meeldraden in bloemen.

De tweemachtige bloem van Witte dovenetel links, De viermachtige bloem van Koolzaad rechts