Op bovenstaande foto: Begrazing in de Duinen van Voorne door Schotse hooglanders.

"Hoe door aanpassing van planten aan betreding en bodemverdichting gradiënten in de natuur kunnen ontstaan."

TREDPLANTEN

Kees (C.W.P.M.) Blom

Begrazing en recreatie hebben veel effect op de ontwikkeling en het in stand houden van de natuur. Begrazing door grote grazers wordt vaak gebruikt als een vorm van beheer. De gedachte daarbij is dat, om de natuurgebieden gevarieerd te houden, er maatregelen nodig zijn.

In de oertijd waren er veel grote zoogdieren die al grazend aanzienlijke afstanden aflegden. De komst van de mens veroorzaakte grote veranderingen in de natuurlijke systemen op aarde. Langzamerhand werd de natuurlijke begrazing minder. Gebieden werden ontgonnen om landbouw en veeteelt mogelijk te maken. Hout werd gekapt voor de bouw van hutten, om vuur te maken, te koken en om te verwarmen. Later in de tijd ontstonden door de toegenomen bevolking grootschalige ontbossingen om aan de behoeften van de mens te voldoen. Ook werden de landbouw en veeteelt steeds omvangrijker. Toen in de loop van de 20e eeuw het besef van de waarde van de natuur voor de mens opkwam, realiseerde men zich dat het vernietigen van de oorspronkelijke natuur grote negatieve gevolgen voor de mens kon hebben. Om de gevarieerdheid van natuurgebieden terug te brengen werd begrazing door grote zoogdieren als beheersmaatregel ingevoerd. Dieren grazen selectief. Planten die ze niet lekker vinden laten ze staan. Jonge bomen worden afgevreten zodat bosvorming deels wordt tegengehouden en de graslanden die vaak rijk aan kruiden waren, weer kansen kregen. Naast vraat trad er ook natuurlijke bemesting en betreding op. In het midden van de 20e eeuw kreeg de mens behoefte aan het recreëren in de natuur. Betreding en de daardoor ontstane bodemverdichting werden een gemeenschappelijk gevolg van menselijke en dierlijke activiteit. Er ontstonden paden. Omdat betreding gradiënten in mechanische beschadiging van planten en in de mate van bodemverdichting veroorzaakt, ontstaat er een natuurlijke variatie op en langs die paden. Wanneer we kijken naar de planten op en langs een pad zien we dat die verschillen in betreding ook verschillen in begroeiing veroorzaken. De variatie, de diversiteit, neemt toe.

Biologen kregen langzamerhand belangstelling voor de effecten van begrazing en recreatie op de plantengroei. Het besef groeide dat niet alleen begrazing gunstig kon zijn voor de diversiteit van de natuur, maar dat ook niet te intensieve recreatie en met name het effect betreding daarvan, van waarde kan zijn. Daarmee ontstond in het begin van de 70-er jaren van de vorige eeuw de behoefte om onderzoek naar die effecten te doen.

Lees het hele artikel

C.W.P.M. (Kees) Blom, “Effects of trampling and soil compaction on the occurrence of some Plantago species in coastal sand dunes”. Nijmegen 1979