Onze redactie heeft plantensoorten van de Lage Landen in 18 goed herkenbare hoofdgroepen ingedeeld. De bloemen van de plantensoorten uit deze groep zijn tweezijdig symmetrisch. Ook komen er vaak vierkante stengels voor bij de soorten uit deze hoofdgroep.
Het blijft toch een vreemd gezicht: die planten die alleen maar een bloem lijken te hebben. In het najaar zagen we het bijvoorbeeld al bij de Herfsttijloos (Colchicum autumnale), niet te verwarren met de paarse bloemen van de Boerenkrokus (Crocus tommasinianus) die nu overal staan te bloeien en wel degelijk bladeren hebben tijdens de bloei.
Van oudsher wordt December de Wintermaand genoemd, maar met een langjarige gemiddelde temperatuur van 4 C is het deze maand nog net iets minder koud dan in januari. Hoewel dit de tijd is dat de natuur tot rust lijkt te komen zie je toch dat ook in december nog planten met hun bloei beginnen.
Stinzenplanten zijn verwilderde voorjaarsbloeiers - knol-, bol- en wortelgewassen - die vanaf de zestiende eeuw zijn ingevoerd in ons land. Van oorsprong groeiden ze rond kastelen, borgen en buitenplaatsen. Sneeuwklokje en bonte krokus zijn bekende voorbeelden, maar ook winterakoniet, holwortel en bostulp behoren tot deze planten. Medio februari is de nieuwe ‘Basisgids Stinzenplanten’ verschenen.
Naast de Linde als boom omvat deze familie vooral kruiden. De bladeren staan verspreid aan de stengels of takken en twijgen en vallen op door hun nervatuur die bijna altijd handvormig is. De bloemen van de plantensoorten uit de familie zijn regelmatig, tweeslachtig en vier- of vijftallig.
Toch heeft Nederland ook een rotsflora. En deze strekt zich verder uit dan alleen Zuid-Limburg. Voor planten maakt het immers niets uit of een rots bestaat uit een natuurlijk stuk steen of gebouw van een vergelijkbaar materiaal. De steden moeten dan ook gezien worden als de rotsige stukken van Nederland. Vooral tegen oude muren aan, weten planten zich goed te handhaven.
De plantensoorten uit de Aspergefamilie zijn allemaal zogenaamde Monocotylen; dat wil zeggen dat in het zaad slechts één (kiem)blad zit dat bij de kieming van het zaad tevoorschijn komt.
Maart is de eerste maand van de meteorologische lente. De gemiddelde temperatuur is, gemeten over een lange periode, ongeveer 5,8 graden Celsius. Je ziet dan ook dat de plantenwereld duidelijk actief aan het worden is. Niet alleen de bolgewassen in tuin of park priemen boven de aarde uit, maar je ziet ook allerlei bloemen tevoorschijn komen.
De vroege voorjaarsbloeiers hebben het nu niet gemakkelijk. De sneeuw en koude stellen het voorjaar nog even uit. Zeker in vergelijking met februari 2014, toen er rond deze tijd al Ereprijs (Veronica spec.) in bloei stond, is het nu erg koud en lijken de planten het rustig aan te doen.
Deze tijd van het jaar hoort het grauw te zijn. Alleen het gras en de wintergroene planten als Klimop (Hedera helix) en de naaldbomen zouden het begin van januari moeten opfleuren met enige groene tinten. Dit jaar is het echter anders. Het is warm. Veel te warm.
Verfstoffen om geweven linnen te kleuren werden vóór het industriële tijdperk uit planten gewonnen. Onze voorvaderen hebben in de loop van hun ontwikkeling ontdekt dat planten stoffen afgeven waarmee je dat kunt doen.