Reis mee door onze flora. Tweestijlige meidoorn (SL0370) uit de Rozenfamilie is meestal als struik te vinden in hagen, struwelen en loofbosranden, soms ook wel als kleine boom, bijvoorbeeld in de duinen, waarbij de vorm sterk beïnvloed wordt door de wind.
Vliegen, wespen en korttongige bijen zijn de normale bezoekers van de bloemen van Winterakoniet. Op warme zonnige dagen tijdens een zachte winter en de zeer vroege lente is dat mogelijk.
Reis mee door onze flora. Een fraaie graslandplant die opvalt tijdens de bloei door de lange en slanke stengel met daaraan een tros met heel veel gele tot goudgele bloemen van hooguit 1,5 cm in doorsnee is Gewone agrimonie (SL0013) uit de Rozenfamilie.
Als een van de meer forsere zuringen valt de Ridderzuring, Rúmex obtusifólius, in onze graslanden en ruigten op door zijn grote bladeren die een hartvormige voet hebben.
Bosrank is een soort die sterk gebonden is aan de aanwezigheid van kalk in de bodem. Het is dan ook een echte kalkindicator. Als je Bosrank in het landschap aantreft kun je er zeker van zijn dat de bodem kalkhoudend is.
Reis mee door onze flora. Doornappel uit de Nachtschadefamilie. Op zandige bodems en akkers en in moestuinen kun je een opvallende plant aantreffen met grote witte tot licht lila kleurige bloemen en wel heel typische vruchten.
Reis mee door onze flora. Tengere rus (SL0690) uit de Russenfamilie is een overblijvende soort uit de Russenfamilie met grasachtig, vlakke schutbladen. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.
Een reis door onze plantenfamilies. Het beeld van onze natte heidevelden wordt op geplagde plaatsen vaak bepaald door de Bruine snavelbies (SL1069) uit de Cypergrassenfamilie. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.
Reis mee door onze flora. Stijf straatliefdegras (SL1762) uit de Grassenfamilie behoort tot de nieuwkomers van onze flora. Oorspronkelijk komt het uit de meer warme tot zelfs tropische delen van Afrika en (Eur-)Azië. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.
Reis mee door onze flora. Bermooievaarsbek SL0575 uit de Ooievaarsbekfamilie is in 1836 voor het eerst beschreven in Leiden. Deze meerjarige planten kunnen redelijk hoog worden, tot zo'n 55-60 cm.