Roosachtigen


Aardbeiganzerik
Amerikaans krentenboompje
Amerikaanse vogelkers
Appel
Bosaardbei
Dauwbraam
Duinroos
Duindoorn
Eenstijlige meidoorn
Egelantier
Fladderiep
Framboos
Geel nagelkruid
Geelgroene vrouwenmantel
Gladde iep
Gewone agrimonie
Gewone vogelkers
Grote brandnetel
Heggenrank
Hondsrozengroep
Hop
Klein glaskruid
Kleine brandnetel
Kleine pimpernel
Mispel
Moerasspirea
Rimpelroos
Schijnaardbei
Sleedoorn
Sporkehout
Tormentil
Tweeslijlige meidoorn
Vijfvingerkruid
Viltganzerik
Vlakke dwergmispel
Voorjaarsganzerik
Wateraardbei
Wegedoorn
Wilde lijsterbes
Zilverschoon
Zoete kers
Zwarte braam

De groep van de Roosachtigen omvat een grote familie, de Rozenfamilie of Rosaceae, en een aantal kleinere families. Zowel binnen de Rozenfamilie als de kleine families komen kruiden, struiken en bomen voor. Bij de Rozenfamilie staan de bladeren meestal verspreid en ze hebben vaak steunblaadjes, Ze zijn enkelvoudig of samengesteld.

De bloemen zijn regelmatig en meestal tweeslachtig. Het aantal kelkbladen is meestal vijf en soms is er een bijkelk. Ook zijn er meestal vijf kroonbladen. Ze hebben een duidelijke bloembodem die vlak, bol, hol of buisvormig kan zijn en de vruchten kunnen dop-, steen-, bes- of kokervruchten zijn. Soms groeit de bloembodem uit tot een schijnvrucht zoals bij de Aardbei. De zeven kleine families zijn divers. Duindoorn, Wegedoorn, Sporkehout, onze Iepen, de Hop, Hennep, Vijgenboom en Moerbei, maar ook de Brandnetels, Glaskruiden en soorten uit de Komkommerfamilie horen ertoe.